Wintertips voor huisdieren en voederen wilde vogels
Wintertips voor uw huisdier
Cavia's:
Deze dieren kunnen tijdens een vorstperiode beter binnenshuis of als zij een buitenverblijf hebben, in een schuur met voldoende daglicht gehuisvest worden. Cavia's kunnen snel last van hun luchtwegen krijgen.
Konijnen:
Konijnen kunnen in de winterperiode buiten gehuisvest blijven, mits zij de beschikking hebben over een tocht-, wind- en vochtvrij hok dat minimaal 10 cm. boven de grond staat. Dit om optrekkende kou tegen te gaan. Een dikke laag stro geeft de konijnen warmte.
Ook moeten de konijnen meer voer verstrekt krijgen dan in de zomer. Een vetlaag houdt hun lichaamstemperatuur nl. op peil, dus niet alleen de wintervacht! Het lichaam op temperatuur houden kost veel energie, dus die moet dan ook wel aangeboden worden d.m.v. extra voer.
Vervang bevroren waterflessen een paar keer per dag. Vul ze met lauw water, dit bevriest minder snel dan koud water. Controleer bij drinkflesjes de kogeltjes die in de drinktuit zitten. Hoort u deze duidelijk tikken als u de drinktuit schud, dan is de doorgang vrij. Hoort u niets tijdens het schudden, dan is de drinktuit bevroren en zal er dus geen water uitkomen.
Veel konijnen vinden het heerlijk om in de sneeuw te ravotten. Zorg er echter wel ALTIJD voor dat zij zich kunnen terugtrekken in een warm hok met stro, zodra zij het koud krijgen.
Laat de bodembedekking niet te nat worden (van de urine). Ook deze laag zal bevriezen en zo´n ijsklomp in het hok is erg koud en vochtig. Kou en vocht zijn funest voor elk dier!
Dek de voorkant van het nachtverblijf ´s nachts af met een deken/dekbed o.i.d. Dit zal de kou voldoende buiten houden. Let er wel op dat het hok niet "luchtdicht" wordt afgesloten!
Overige knaagdieren:
Alle overige knaagdieren kunnen beter binnenshuis gehuisvest worden. Deze diersoorten zijn gevoeliger voor infecties aan de luchtwegen en kunnen dus minder goed tegen kou en vochtigheid.
Katten:
De meeste katten zullen sneeuw minder prettig vinden. Deze dieren zult u dan ook iets vaker lekker warm bij de kachel vinden.
Honden:
Veel honden gaan uit hun dak van een dikke sneeuwlaag. Zij happen er vrolijk op los en kunnen iets te veel van die koude lekkernij binnen krijgen. Buikpijn en wat diarree kunnen het gevolg zijn. Laat uw hond dus niet te veel sneeuw en/of ijs eten.
Pas op als de wegen gepekeld zijn. Dit kan de kussentjes van de hondenpoten beschadigen. En zout in wonden… juist, doet heel erg pijn! Bij thuiskomst de poten onderdompelen en uitspoelen in een bak water kan verlichting geven en de poten in goede conditie houden. Eventueel kunnen de kussentjes van de voet ingesmeerd worden met vaseline, dit geeft ook bescherming tegen de pekel.
Het is gevaarlijk om honden op het ijs te laten. Ze zijn zelf niet in staat om te beoordelen of het ijs wel of niet betrouwbaar is. Daarnaast is ijs erg glad, waardoor ze uitglijden en met hun poten in 'spagaat' terechtkomen. Ernstige blessures van banden en spieren kunnen het gevolg zijn.
Alle honden kunnen probleemloos worden meegenomen voor een stevige winterse wandeling. Het is wel belangrijk dat zij flink in beweging blijven zodat zij niet te veel afkoelen.
10 tips voor wintervoedering van wilde vogels
1. Voer vogels niet eerder dan half november.
Vóór die tijd vinden vogels genoeg voer in de natuur. Eigenlijk is bijvoederen pas nodig als er langdurig sneeuw ligt of het langere tijd vriest. Veel eerder voeren maakt vogels lui en afhankelijk.
2. Gebruik een voederhuisje of -plank, maar strooi voor soorten als winterkoning en heggemus ook wat voer op de grond.
Zorg dat katten niet ongezien bij de etende vogels kunnen komen. Zet de plank dan ook een beetje in de vrije ruimte. Maar ook weer niet te ver weg van struiken, zodat vogels daar zo nodig (bv. voor een roofvogel) een veilig heenkomen kunnen zoeken.
3. Voer niet te veel in één keer en het liefst 's ochtends vroeg en aan het eind van de middag.
Haal overgebleven voer steeds weg en maak de plank regelmatig goed schoon. Zo kunnen bedorven restjes de vogels niet ziek maken.
4. Geef geen voedsel waar zout in verwerkt is.
Zout is niet goed voor vogels. Bovendien krijgen ze er extra dorst van.
5. Voedsel dat snel bevriest (bv. fruit) niet in stukjes snijden.
Veel vogels zijn dol op overrijp fruit. Zelfs kleine vogeltjes kunnen stukjes pikken uit halve appels.
6. Voer geen margarine of boter.
Dit werkt laxerend. Bovendien tast het, als het op de veren komt, daar het isolerende vetlaagje aan, waardoor de vogel niet meer goed warm en droog kan blijven.
7. Als er sneeuw ligt, hoeft u geen water te geven.
Vogels pikken van de sneeuw als ze dorst hebben.
8. Als het vriest zonder sneeuw, vergruis dan wat ijsblokjes en leg deze buiten.
Dit vervangt eigenlijk de sneeuw als dorstlesser. Zet geen water met zout of suiker buiten. Zout is niet goed voor vogels en door suikerwater kunnen de veren gaan plakken, waardoor de vogel geen "warme jas" meer heeft.
9. Dek water in de winter af, zodat vogels er niet in kunnen gaan badderen.
Zeker als het licht vriest, blijven kleine vogels te lang nat, dus koud. En dat kost veel te veel kostbare energie.
10. Verminder het voeren als sneeuw en ijs verdwenen zijn en voer beslist niet meer vanaf begin maart.
Te lang of teveel voeren maakt de vogels lui, terwijl ze beter hun gezondere, natuurlijke voeding kunnen eten. Bovendien kunnen de jonkies, die dan alweer uit het ei kruipen, pinda's, brood en vetbollen helemaal niet verteren. Zij sterven hieraan.
Bovenstaande 10 tips zijn afkomstig van de Stg. Vogelopvang Utrecht.
|
Hobbydieren en verzorging
Wanneer moet u alarm slaan? Dieren in de kou zijn echt niet zielig. Het is voor de dieren goed om een afdak te hebben, maar het is wettelijk niet verplicht. De Dierenbescherming eist wel een goede verzorging en een droge ligplaats. U moet alarm slaan bij de volgende situaties:
Noteer in alle gevallen nauwkeurig de locatie en neem contact op met het Meldnummer dierenmishandeling, telefoon 0900 - 2021210 (10ct/min).
|





